Ga naar hoofdinhoud
    Terug naar Blog
    📱 GSM-gebruik

    Gsm-gebruik verkeer: bewijslast, rechten en verweer

    Mr. Peter-Jan De Meulenaere20 augustus 20257 min leestijd521 weergaven
    Gsm-gebruik verkeer: bewijslast, rechten en verweer

    Het gebruik van een gsm of elk ander mobiel elektronisch apparaat met een scherm, in de hand gehouden, tijdens het rijden, is een inbreuk die steeds vaker en strenger wordt bestraft. De wetgever en de rechtbanken kijken met een steeds kritischer oog naar deze overtreding, omdat afleiding door gsm-gebruik een van de belangrijkste oorzaken is van verkeersongevallen. De pakkans is bovendien aanzienlijk toegenomen door de inzet van nieuwe technologieën zoals ANPR-camera's en slimme camera's die specifiek gericht zijn op het detecteren van overtredingen zoals gsm-gebruik achter het stuur. Wat echter als u ten onrechte wordt beboet, of als de bewijslast onvoldoende is? Het is cruciaal om uw rechten te kennen, de bewijslast te begrijpen en te weten hoe u zich effectief kunt verweren. Dit artikel, geschreven door een Belgische advocaat gespecialiseerd in verkeersrecht, loodst u door de complexe materie van gsm-gebruik in het verkeer, van de wettelijke bepalingen tot de nuances van camera-PV's, getuigenverklaringen en de meest recente rechtspraak.

    De wettelijke basis: wat zegt de Wegcode over gsm-gebruik?

    De Belgische Wegcode is duidelijk over het gebruik van mobiele elektronische apparaten tijdens het rijden. Artikel 8.4 van de Wegcode stelt expliciet dat het de bestuurder verboden is een mobiel elektronisch apparaat met een scherm in de hand te houden tijdens het rijden. Deze bepaling is ruim geïnterpreteerd door de rechtbanken, en geldt niet alleen voor de traditionele gsm, maar ook voor smartphones, tablets, navigatiesystemen die niet vastgemaakt zijn, en zelfs smartwatches als deze actief worden bediend met een scherm in de hand. Het cruciale element hierbij is het 'in de hand houden' en 'tijdens het rijden'. Het volstaat dus niet dat het toestel zich in de wagen bevindt; het moet actief in de hand worden vastgehouden en gebruikt worden. De wetgever heeft hierbij de intentie gehad om elke vorm van afleiding door dit soort apparaten te sanctioneren, ongeacht of er effectief een gesprek wordt gevoerd, een bericht wordt getypt of een route wordt opgezocht. Het louter vasthouden van het toestel tijdens het rijden is reeds voldoende om een overtreding vast te stellen. Dit betekent dat zelfs het even oppakken van de gsm om te kijken naar een melding, of het verplaatsen van het toestel binnen handbereik, reeds als een inbreuk kan worden beschouwd, afhankelijk van de precieze feitelijke omstandigheden zoals vastgesteld door de verbalisant of de camera. De interpretatie van “tijdens het rijden” is eveneens breed genoeg om situaties te omvatten waarin het voertuig stilstaat in het verkeer, zoals bij een rood licht of in een file, maar wel deelneemt aan het verkeer. Alleen wanneer het voertuig geparkeerd staat en de motor volledig is afgezet, of wanneer het voertuig niet langer deelneemt aan het verkeer, kan men spreken van een situatie waarin het gsm-gebruik is toegestaan.

    Deze wetsbepaling is de hoeksteen van elke vervolging inzake gsm-gebruik en vormt de fundering voor de bewijslast. Een advocaat gespecialiseerd in verkeersrecht zal steeds deze bepaling grondig analyseren in relatie tot de feiten zoals die in het proces-verbaal zijn neergelegd. Het is daarbij belangrijk te benadrukken dat de wet geen onderscheid maakt tussen bellen, sms'en, navigeren of andere handelingen. Zodra het apparaat met een scherm in de hand wordt gehouden terwijl men rijdt, is de inbreuk een feit. Dit geldt ook voor fietsers en zelfs e-scooters. De focus ligt hierbij primair op de veiligheid van alle weggebruikers, en het afgeleid zijn achter het stuur vormt een significant risico, zowel voor de bestuurder zelf als voor andere weggebruikers. De straffen voor deze overtreding zijn aanzienlijk en kunnen variëren, afhankelijk van de omstandigheden en eventuele herhalingen. Het is daarom van groot belang om bij een betwisting van een boete altijd te verwijzen naar deze specifieke bepaling en de precieze interpretatie ervan door de rechtbanken.

    De wetgever heeft in de loop der jaren de straffen voor gsm-gebruik in het verkeer steeds verder aangescherpt. Wat oorspronkelijk als een relatief lichte overtreding werd beschouwd, is nu een overtreding van de derde graad geworden, wat betekent dat de straffen aanzienlijker kunnen zijn. Dit weerspiegelt de groeiende maatschappelijke bezorgdheid over de gevaren van afleiding in het verkeer. Een overtreding van de derde graad kan leiden tot een onmiddellijke inning van 174 euro, maar indien de zaak voor de politierechtbank komt, kunnen de boetes oplopen tot duizenden euro's, en kan zelfs een rijverbod worden opgelegd. De sancties kunnen verschillen afhankelijk van het feit of het een eerste overtreding betreft, dan wel een herhaling. Recidive wordt zwaar bestraft en kan leiden tot langere rijverboden en hogere boetes. Het is dus van essentieel belang om de implicaties van een dergelijke overtreding niet te onderschatten. Een pro-actieve benadering en tijdig juridisch advies zijn cruciaal om de mogelijke gevolgen te mitigeren. In bepaalde gevallen kan de rechter een werkstraf opleggen als alternatief voor een geldboete, of een combinatie van verschillende straffen. De focus van de wetgever en de rechtspraak ligt steeds meer op preventie en het ontmoedigen van gevaarlijk gedrag op de weg.

    De bewijslast: wie moet wat bewijzen?

    In het Belgisch strafrecht, en bij uitbreiding het verkeersrecht, heerst het principe dat de bewijslast bij het Openbaar Ministerie (OM) ligt. Dit betekent dat het OM, vertegenwoordigd door de procureur des Konings, moet aantonen dat u de overtreding heeft begaan. U bent onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Dit principe, bekend als het vermoeden van onschuld, is van fundamenteel belang en mag niet worden onderschat. Het OM moet elk bewijselement leveren dat de schuld van de beklaagde kan aantonen met voldoende zekerheid, zonder ruimte voor redelijke twijfel. Hierdoor is het voor verdediging mogelijk om, in voorkomend geval, de bewijsargumenten van het OM kritisch te benaderen en aan te vechten, mochten deze onvoldoende of onrechtmatig verkregen zijn. Het volstaat dus niet dat een overtreding louter wordt vastgesteld; de vaststelling moet ook op een wettige en overtuigende manier worden bewezen. Inzake gsm-gebruik betekent dit dat de verbalisant of de camera een duidelijk en onweerlegbaar bewijs moet leveren dat u een mobiel elektronisch apparaat met een scherm in de hand had tijdens het rijden. De loutere bewering van een verbalisant, zonder verdere concrete elementen, kan in sommige gevallen als onvoldoende of onvoldoende gedetailleerd worden beschouwd. Bij betwisting kan de rechtbank de verbalisant oproepen om te getuigen en te preciseren hoe hij tot zijn vaststelling is gekomen. Het is cruciaal om niet zomaar elke beschuldiging te aanvaarden. Indien u meent onterecht beboet te zijn, is het van groot belang om te weten hoe u deze bewijslast kunt betwisten.

    Er zijn verschillende bewijsmiddelen die het OM kan aanvoeren. Het meest voorkomende bewijsmiddel is het proces-verbaal (PV) opgesteld door een verbalisant. Een PV heeft in principe een bijzondere bewijskracht, wat betekent dat de feiten opgenomen hierin als waar worden beschouwd tot het tegendeel is bewezen. Dit is een zware bewijslast voor u als burger. Echter, die bijzondere bewijskracht geldt alleen voor feiten die de verbalisant eigenhandig heeft vastgesteld en die hij met eigen zintuigen heeft waargenomen. Dit betekent dat als een verbalisant in zijn PV vermeldt dat hij u bezig zag met uw gsm, dit een sterke indicatie is. Echter, als de verbalisant enkel vermeldt dat hij een 'vermoeden' had, of als de omschrijving van de feiten vaag is, kan dit al aanleiding geven tot discussie over de bewijskracht van het PV. Belangrijk om te weten is dat de bijzondere bewijskracht niet geldt voor subjectieve interpretaties, vermoedens of conclusies van de verbalisant. Alleen de objectief waarneembare feiten genieten deze bijzondere bewijskracht. Het is ook mogelijk dat getuigenverklaringen worden gebruikt als bewijsmiddel. Dit kan zowel de verklaring zijn van een andere verbalisant, als van een burger die de feiten heeft waargenomen. Ook hier geldt dat de getuigenis concreet en geloofwaardig moet zijn. Meer over GSM-gebruik kan hier meer inzicht verschaffen in de verschillende aspecten daarvan.

    Elektronische bewijsmiddelen, zoals camerabeelden of foto's, winnen steeds meer terrein. De kwaliteit en de duidelijkheid van deze beelden zijn essentieel. Een wazige foto waarop niet duidelijk te zien is of u werkelijk een gsm in de hand hield, zal minder bewijskracht hebben. Technologische hulpmiddelen zoals ANPR-camera's die uitgerust zijn met software voor gedragsanalyse worden steeds vaker ingezet. Deze camera's proberen afleiding door gsm-gebruik te detecteren. De rechtspraak is echter nog volop in ontwikkeling over de bewijskracht van deze geautomatiseerde vaststellingen. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is de betrouwbaarheid en kalibratie van dergelijke systemen, alsook de menselijke controle die erachter zit. Het is niet ondenkbaar dat AI-gestuurde camerasystemen soms 'fouten' maken, bijvoorbeeld door een broodje te verwarren met een gsm. In dergelijke gevallen is het cruciaal om de technische specificaties en de validatie van het systeem in twijfel te trekken. De privacy-aspecten van deze camerabeelden zijn eveneens van belang: zijn de beelden rechtmatig verkregen en op een correcte manier opgeslagen en verwerkt? De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is hier van toepassing en biedt u bepaalde rechten. Een advocaat kan deze aspecten grondig onderzoeken. Het is van groot belang om na te gaan of de beelden voldoende scherp zijn om met zekerheid de inbreuk vast te stellen. Vaak komen beelden voor die te wazig of onvolledig zijn om een sluitend bewijs te vormen. Dit biedt dan weer een opening voor een effectief verweer.

    Camera-PV's en vaste camera's: de opkomst van automatische detectie

    De inzet van technologische middelen voor het opsporen van verkeersovertredingen, waaronder gsm-gebruik, is de laatste jaren exponentieel toegenomen. Naast de traditionele snelheids- en roodlichtcamera’s zien we nu een verschuiving naar meer geavanceerde systemen die specifiek gericht zijn op gedragsgerelateerde overtredingen. Camera-PV's, gegenereerd op basis van beelden vastgelegd door vaste camera's, vormen een groeiend deel van de bewijslast in verkeerszaken. Deze camera's, vaak aangeduid als ‘slimme camera’s’, zijn uitgerust met geavanceerde software die in staat is om potentieel gsm-gebruik achter het stuur te detecteren. Het gaat hierbij niet zelden om ANPR-camera’s (Automatic Number Plate Recognition) die, naast het herkennen van nummerplaten, ook in staat zijn om beelden vast te leggen die door menselijke operatoren naderhand worden geanalyseerd. De beelden die door deze camera’s worden gemaakt, dienen als basis voor het opstellen van een proces-verbaal. Een ambtenaar, vaak een speciaal opgeleide politieagent, bekijkt de beelden en beoordeelt of er sprake is van een overtreding. Indien dit zo is, wordt er een PV opgesteld en naar de overtreder gestuurd. Het is belangrijk te beseffen dat, hoewel het proces geautomatiseerd lijkt, er altijd een menselijke controle is aan de achterkant om de consistentie en juistheid van de vaststellingen te valideren. Doch, de mogelijkheid van fouten blijft bestaan, en het is cruciaal om de kwaliteit en de interpretatie van deze beelden te kunnen betwisten. Het is immers in dit proces dat men kan ingrijpen, en de rechtmatigheid en de objectiviteit van de vaststellingen moet worden onderzocht. De procedure is doorgaans dat u eerst een initiële kennisgeving van de overtreding ontvangt, waarna u de kans krijgt om de beelden desgevallend in te kijken alvorens de boete definitief wordt opgelegd. Dit is een belangrijk recht dat vaak over het hoofd wordt gezien door bestuurders.

    De bewijskracht van deze camera-PV's is een punt van veel discussie in de rechtspraak. Hoewel de beelden op zich vaak objectief zijn, is de interpretatie ervan subjectief. Wat voor de ene agent duidelijk gsm-gebruik is, is voor de andere misschien een onduidelijke handeling. Bovendien zijn er legitieme vragen te stellen over de kwaliteit van de beelden. Zijn ze scherp genoeg? Worden ze niet beïnvloed door weersomstandigheden (regen, zonlicht)? Is de hoek van de camera wel zodanig dat er een onweerlegbaar bewijs kan worden geleverd? Het is bijvoorbeeld niet zelden dat een bestuurder iets anders in de hand heeft, zoals een broodje, een zakdoek, of zelfs een sigaret. Deze objecten kunnen op camerabeelden, zeker bij mindere kwaliteit, verward worden met een gsm. De rechtspraak heeft hierin nog geen eenduidige lijn getrokken, maar er zijn reeds precedenten waar dergelijke camerabeelden als onvoldoende bewijs werden beschouwd. De verdediging kan in dergelijke gevallen aandringen op een grondige analyse van de beelden door een expert, of de rechter vragen om de beelden zelf te bekijken en te beoordelen. De technologische vooruitgang dient dus gepaard te gaan met een zorgvuldige toepassing van de bewijsregels en de bescherming van de rechten van de burger. Dit vergt een doordachte aanpak van de verdediging, en het gedegen onderzoek van de specifieke feiten is hierbij onontbeerlijk. Het is ook mogelijk om de kalibratie en de conformiteit van de gebruikte camera's te bevragen. Voldoen deze aan de wettelijke eisen?

    Een andere belangrijke overweging is de rechtmatigheid van de gegevensverwerking. De beelden van deze camera's bevatten persoonsgegevens en vallen onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Dit betekent dat er duidelijke regels zijn voor het verzamelen, opslaan en verwerken van deze beelden. Burgers hebben het recht om de beelden in te zien, te weten hoe lang ze worden bewaard en wie er toegang toe heeft. Indien deze regels niet worden nageleefd, kan dit leiden tot de onrechtmatigheid van het bewijs, wat kan resulteren in de nietigheid van het proces-verbaal. Dit is een complex juridisch terrein waar een gespecialiseerd advocaat het verschil kan maken. Het is niet enkel de overtreding zelf die van belang is, maar ook de manier waarop deze wordt vastgesteld en bewezen. Het beginsel van een eerlijk proces impliceert dat u de mogelijkheid moet hebben om alle bewijselementen kritisch te bekijken en te betwisten, ook de die voortkomen uit automatische detectiesystemen. Vooral in ons kantoor te Brugge merken we een toename van zaken waarbij camerabeelden de spil vormen van de bewijslast. Het is dus zaak om te weten wat uw rechten zijn in dergelijke processen en hoe u deze op een effectieve manier kunt uitoefenen. De wetgever heeft middels de Wegverkeerswet getracht een kader te bieden voor de rechtmatigheid van deze systemen, maar de praktijk leert dat er nog veel onduidelijk is en dat de rechtbanken hierin een belangrijke rol spelen in de verdere ontwikkeling van de rechtspraak.

    Getuigenverklaringen: een subjectieve maar krachtige bewijslast

    Naast de objectieve bewijslast van camerabeelden en de bijzondere bewijskracht van het proces-verbaal opgesteld door verbalisanten, vormen getuigenverklaringen een belangrijke pijler in de bewijsvoering in verkeerszaken. Een getuigenverklaring is de mondelinge of schriftelijke weergave van feiten die een persoon heeft waargenomen en die relevant zijn voor de zaak. Dit kan variëren van getuigen die de feiten met eigen ogen hebben gezien, tot expert-getuigen die een technische analyse maken. Het belang van getuigenverklaringen mag niet worden onderschat, zelfs in het tijdperk van digitale bewijsvoering. Een overtuigende getuigenis kan een zaak maken of breken, en kan een aanvulling zijn op, dan wel een tegenspraak vormen met, andere bewijsmiddelen. Het recht om getuigen op te roepen en te ondervragen is een fundamenteel onderdeel van een eerlijk proces en biedt de verdediging een belangrijke tool om de bewijslast van het Openbaar Ministerie te betwisten. Het is echter cruciaal te begrijpen welke waarde aan een getuigenis wordt gehecht en hoe deze effectief kan worden ingezet.

    De bewijskracht van een getuigenverklaring wordt bepaald door verschillende factoren. De geloofwaardigheid van de getuige speelt een cruciale rol. Is de getuige onpartijdig? Heeft de getuige een reden om te liegen of de feiten te verdraaien? Hoe stabiel en consistent zijn de verklaringen van de getuige doorheen de tijd, onder verschillende ondervragingen? Ook de concrete waarneming van de getuige is van belang. Heeft de getuige de feiten daadwerkelijk met eigen ogen gezien, of baseert hij zich op horen zeggen? Was de zichtbaarheid op het moment van de waarneming goed? Was de getuige dichtbij genoeg om de details te kunnen zien? Al deze factoren zullen door de rechtbank worden meegewogen bij het bepalen van de bewijswaarde van een getuigenis. In zaken van gsm-gebruik kan een getuige bijvoorbeeld verklaren dat hij duidelijk heeft gezien hoe de bestuurder een gsm in de hand hield en erop aan het kijken was. Maar als de getuige deze verklaring aflegt vanuit een rijdende wagen in tegengestelde richting, op grote afstand, kan de rechtbank de geloofwaardigheid en de accuraatheid van deze waarneming in twijfel trekken. Het is de taak van de verdediging om de zwakke punten in een getuigenis aan te tonen en zo de bewijskracht ervan te minimaliseren. Dit vereist een grondige voorbereiding en een nauwkeurige analyse van alle facetten van de verklaring.

    Hoewel getuigenverklaringen subjectief van aard zijn, kunnen ze juist daarom een sterke aanvulling vormen op meer objectieve bewijsmiddelen zoals camerabeelden. Een verbalisant die een overtreding van gsm-gebruik vaststelt, fungeert in feite ook als getuige. Zijn proces-verbaal heeft weliswaar een bijzondere bewijskracht, maar zijn waarneming blijft een getuigenis. Als u bijvoorbeeld wordt beboet na een vaststelling door een verbalisant, kan uw advocaat de verbalisant oproepen om te getuigen voor de politierechtbank en hem kritische vragen stellen over zijn waarneming. Hoe ver stond hij? Wat waren de lichtomstandigheden? Hoe lang heeft hij u geobserveerd? Deze vragen kunnen cruciaal zijn om eventuele inconsistenties of onduidelijkheden in de verklaring aan het licht te brengen. Ook uw eigen verklaring als beklaagde kan als getuigenis dienen, hoewel u niet onder ede staat. Het is uw recht om te zwijgen, maar u kunt ook een verklaring afleggen. Een advocaat zal u adviseren over de meest strategische aanpak. In sommige gevallen kan het nuttig zijn om zelf getuigen aan te voeren, bijvoorbeeld passagiers die kunnen verklaren dat u geen gsm in de hand had. Ook hier geldt dat de geloofwaardigheid van deze getuigen zorgvuldig zal worden gewogen door de rechtbank. Het doel is altijd om te streven naar een zo compleet en consistent mogelijk beeld van de feiten, waarbij alle mogelijke bewijsmiddelen op een kritische wijze worden geanalyseerd en, indien nodig, succesvol worden betwist.

    Uw rechten bij een onterechte boete voor gsm-gebruik

    Als u geconfronteerd wordt met een verkeersboete voor gsm-gebruik en u bent ervan overtuigd dat u onterecht bent beboet, is het essentieel om uw rechten te kennen en te weten welke stappen u kunt ondernemen. Niet elke boete die u ontvangt is terecht, en het systeem voorziet in mechanismen om u te verweren tegen onjuiste of onvolledige vaststellingen. Het negeren van de boete is nooit een oplossing, aangezien dit enkel zal leiden tot verhogingen en verdere gerechtelijke stappen, met mogelijke significante kosten en gevolgen. De eerste en belangrijkste stap is om de kennisgeving van de overtreding grondig te lezen. Controleer alle details: de datum, het tijdstip, de locatie, de omschrijving van de overtreding, en de gegevens van het voertuig. Eventuele fouten in deze gegevens kunnen al een reden zijn om de boete te betwisten. De termijn om te reageren is doorgaans kort, dus snel handelen is geboden. In de meeste gevallen krijgt u een

    Veelgestelde vragen

    Hulp nodig?

    Onze advocaten staan klaar om u te helpen. Gratis via uw rechtsbijstandsverzekering.

    Gerelateerde artikelen